14 april 2019 Verslag van Alex

Hoe EGS de B-beker won, een terugblik

De winst van EGS in het B-bekertoernooi van de NBSB is inmiddels alweer even achter de rug. Maar het blijft de eerste en misschien wel enige keer dat EGS een heus bekertoernooi wist te winnen, dus voor een schaaktechnische terugblik is het nooit te laat. Even terug in de tijd: De Kemppion stuurde op 19 maart zijn beste vier spelers van onder de ratinggrens van 1700 naar Goirle om het tegen EGS op te nemen. Meer precies, tegen (op borgvolgorde) Bart Plasmans, Jasper Kools, Maarten de Wit en Cas Overzier. Het werd een glorieuze 3,5-0,5 voor EGS, maar gemakkelijk ging het allemaal niet.

Hoe heeft het allemaal zo kunnen gebeuren? Cas was als eerste klaar. Na een kabbelend verlopen opening staat na 13 zetten deze stelling op het bord.

Cas speelt met wit en speelt 13. cxd4 en zijn tegenstander Frank Rombouts kiest ervoor om met de c-pion terug te slaan. Een eerste cruciale ontwikkeling, het geeft Cas de kans om in de aanval te gaan tegen de lang gerocheerde zwarte koning (de computer geeft de voorkeur aan exd4).

Een paar logische zetten later krijg je dan dit (diagram rechts). Zwart is op verdedigen aangewezen, maar een ramp hoeft dat niet te zijn. Ok, wit dreigt b4 te spelen, maar doorslaggevend is het allemaal nog niet. Nu kiest de Kemppionner echter voor 17… b5. Een zet die Cas een kapstok geeft om zijn aanval verder aan op te hangen. Een betere optie zou bijvoorbeeld 17… Tc8 zijn geweest, en dan op je gemakje afwachten wat wit in petto heeft.

We slaan even een fase over waarin zwart met man en macht probeert de zaak dicht te houden en met zijn koning poogt weg te rennen. Wit heeft ondertussen zijn aanval verder opgevoerd, tussen de bedrijven door gerocheerd en staat nu klaar om te oogsten. De pionwinst is in het diagram links vrij simpel te vinden voor iemand die de stappenmethode heeft gevolgd: 24. fxe5, Pxe5 25 Dxd4+. Een poging om de pion te redden met 24… Dxe5 komt zwart op nog meer ellende te staan na bijvoorbeeld 24… Tc5!.

Dan de ontknoping. Er is wat meer geruild en wit staat zeer comfortabel: pion extra, de zwakke zwarte b-pion staat ook op omvallen en het eindspel lijkt vrij eenvoudig gewonnen. Maar zover komt het niet.

Cas speelt 33. Pd4 (valt dame én pion aan), waarop zijn tegenstander een blackout heeft en in de stelling rechts Pc6 speelt. Dekt wel de pion, maar… verliest de dame. Hij gaf meteen op.

Gek genoeg zit in deze slotstelling een wending die zwart weer hoop had kunnen geven: 33… Db6!. Pent het paard op d4 en na 34. Txb5, Dxd4 35. Dxd4, Txd4 36. Txe5+ Kf8 staat wit nog steeds wel beter, maar hij moet een pion teruggeven (kan niet b4 én d3 tegelijk dekken) en dan is het toreneindspel nog behoorlijk lastig te winnen…

Een goede partij voor EGS dus met een meevaller op het eind. Het werd 1,5-0,5 in EGS-voordeel dankzij een staaltje sterk verdedigen van Maarten.

Vanuit weer eens een Scandinavische verdediging komt Maarten in hem bekende structuren. Maar zijn tegenstander Piet Roos heeft in de stelling van het eerste diagram een gemeen tactisch grapje verstopt. Het kost Maarten in bovenstaande stelling een pion: 13. Pxc7+, Dxc7 14. Pxd4!.

Vervolgens probeert de witspeler zijn voorsprong te consolideren, maar achteraf zal hij misschien betreuren dat hij niet wat meer op de aanval heeft gespeeld. Na wat manoeuvreren komt de volgende stelling (links) op het bord na wits laatste zet 21.Df4. Niet de beste, want dit geeft Maarten de kans terug in de partij te komen met het spitsvondige 21… Db5!. Er staan twee pionnen aangevallen (b2 en d3). Wit kiest ervoor vast te houden aan zijn materiële voorsprong en de pionnen te dekken met zijn dame: 22. Dd2. Maar dat geeft zwart de kans om de witte pionnenstructuur zwaar te verminken met 22… Lxf3 23. gxf3. Het witte voordeel is zo weer nagenoeg teniet gedaan (de computer geeft in de diagramstelling de voorkeur aan het teruggeven van een pion met actief spel, Te2 of Tab1).

Wat volgt is een fase voor de liefhebber van positioneel schaak. Maarten legt het iedereen die het weten wil vast en zeker allemaal graag een keer tot in de finesse uit. Kortheidshalve springen we hier vooruit naar de (bijna)slotstelling, hier rechts, waarin zwart zich geen enkele zorgen meer hoeft te maken.

Sterker nog: hij wint de pion terug. Om dat te voorkomen kiest wit ervoor de partij tot een einde te brengen door eeuwig schaak: 39. De8+ Kg7 40. De5+ Kg8.

Matchwinner werd vervolgens Bart Plasmans in wat ook de meest spectaculaire partij van de bekerfinale was. ‘Een pittig potje schuifschaak’ noemde Bart het zelf. Maar dan wel een waarvan het einde er mag wezen. En niet alleen omdat het EGS de overwinning bracht…

Na ook hier een Scandinavische opening is er toch een heel andere structuur op het bord gekomen dan bij Maarten en diens opponent. Bart (die met zwart speelt, Wilbert Rombauts is de witspeler namens Kemppion) heeft met de opmars van de h-pion geprobeerd de witte koningsstelling aan te tasten, maar vooralsnog levert dat niet veel op. Zojuist is een stel stukken geruild op c5 en Bart besluit hier om met 16… c6 de zaak dicht te schuiven. Niet het beste idee, de pion op b7 wordt een structurele zwakte die Bart de das om had kunnen doen. Wit zet meteen de boel op slot met 17. a5 en het is lastig te zien hoe dit nog ooit goed gaat komen voor EGS.

Maar zonder echt te blunderen pakt de Kempische bezoeker het ook allemaal niet erg voortvarend aan, waardoor Bart tegenspel kan creëren. Na 28 zetten (de laatste van wit is Tfb2) staat het zoals in het volgende diagram (links) en nog steeds is wit de bovenliggende partij, maar zwart heeft ook zo zijn dreigingen.

Maar die b-pion hè… Bart kiest ervoor om hem los te laten om met zijn dame zo snel mogelijk in de aanval te gaan: 28… De8 met als bestemming veld g6. Maar even dekken met Ta7 was verstandiger geweest.

De witspeler pakte de b-pion (geef hem eens ongelijk) maar vergeet daarna door te bijten. Hij heeft vast en zeker niet aan zien komen wat hem boven het hoofd hing in de stelling hier rechts (laatste zet van wit: 33. cxd5). Iedereen die, zoals wij, vaker met Bart te maken heeft, weet dat hij zijn vingers aflikt bij deze stelling. En jawel: er volgde 33… Txh3+! Een torenoffer! De zet van de bekerfinale! Je moet het maar durven op zo’n moment. Maar hij is correct.

Wit schrikt zich een hoedje, en antwoordt met een blunder, maar wel een begrijpelijke: hij pakt de toren en kreeg vervolgens de Plasmans-stoomwals over zich heen: 33. gxh3 Dg3+ 34. Kh1 Pf2+ en na 35. Txf2 Dxf2 gaf hij op (het laatste diagram).

Wit kan de matdreiging 36… Pg3 alleen voorkomen door zijn dame te geven (36. Pxh4 Pg3+ 37. Dxg3 Dxg3), en dan is het wel beslist. Cru voor De Kemppion is dat in plaats van de toren slaan op h3 de koelbloedige zet 33. Kg1 tot een ongebalanceerde stelling leidt die nog alle kanten op kan.

Daarmee was de bekerfinale beslist maar nog niet afgelopen. Minder strijdlustige schakers zouden snel remise aanbieden en met hun teamgenoten de polonaise richting de bar inzetten, maar niet Jasper Kools. Die wil in zo’n situatie ook gewoon nog zijn potje winnen. En jawel, ook dat lukte. Al had ook hier zijn tegenstander Peter Paridaans lange tijd zeker niet het mindere van het spel.

We komen erin na zet 15 van zwart. Jasper heeft in de opening een pion geofferd, heeft daar aanval voor terug gekregen, maar zwart houdt het allemaal netjes bij elkaar tot nu toe. Na zijn laatste zet 15… b5 dreigt hij bovendien de witte loper op b3 in te sluiten op de volgende zet met c4, maar: 16. Pd5 lost dat probleem voor Jasper op.

Het leidt tot een stevige afruil, Jasper houdt met wit het initiatief maar ja, die pion minder… als toekijkende EGS-er ben je er dan toch niet helemaal gerust in. Gelukkig heeft de zwarte stelling een paar zwakke pionnetjes die Jasper onder vuur neemt, zoals we in het tweede diagram zien. Zwart heeft met zijn laatste zet 26… Pf4 gespeeld en dus niet het logische en volgens de computer betere 26…. Dd5. Even een actief zetje tussendoor om de dame op te jagen, wat kan dat nou voor kwaad? Nou: het antwoord 27. De5 dwingt dameruil af en indirect ook verlies van de chronisch zwakke zwarte broeder op b5.

Verliesgevaar geweken, maar nu nog winnen. In een toreneindspel nooit makkelijk, maar het lukt Jasper toch. In deze bijna-slotstelling is voor zwart 47… Td3+ de aangewezen (en enige) zet om binnen de remisemarge te blijven, met als mogelijk gevolg 48. Kf2 Tf6+ 49. Ke1 Txg3. In plaats daarvan speelt Jaspers tegenstander 47… e5 om er na 48. c6 achter te komen dat de witte vrijpion toch wel erg snel aan de overkant is.

Een paar zetten later was ook deze laatste partij van de bekerfinale ten einde. Een historische triomf voor EGS!